Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Een kantoorgebouw wordt uitgevoerd met HD-kolommen. Deze kolommen worden voorzien van relatief dikke voetplaten. Bestaat er voor deze zware voetplaten gevaar op lamellaire scheurvorming? 


Antwoord:

Lamellaire scheurvorming kan ontstaan wanneer staal in de dikterichting op trek wordt belast. Een trekbelasting in de dikterichting kan bijvoorbeeld optreden door laskrimp na het afkoelen. Als een constructie in de dikterichting alleen op druk wordt belast én er geen sprake is van laskrimp, is er geen gevaar op lamellaire scheurvorming. In NEN-EN 1993-1-10 is een procedure opgenomen waarmee bepaald kan worden of de kans op lamellaire scheurvorming mag worden verwaarloosd. Zo wordt bijvoorbeeld afhankelijk van de plaatdikte bepaald wat het effect is van de laskrimp op lamellaire scheurvorming. Als er gevaar is voor lamellaire scheurvorming kan een speciale staalkwaliteit volgens NEN-EN 10164 noodzakelijk zijn, de zogenaamde Z-kwaliteit. Deze norm onderscheidt (naast een onbenoemde basisklasse) drie kwaliteitsklassen, Z15, Z25 en Z35. Zie hiervoor ook GTS 2013


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 239 (juni 2014).


Relevante normen:
Publicaties Bouwen met Staal:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey