Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Kan een gemeente afdwingen dat een bestaand gebouw wordt aangepast indien dit gebouw niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012, bijvoorbeeld ten aanzien van de brandwerendheid van de constructie? 


Antwoord:

Ja. Het Bouwbesluit 2012 maakt voor wat betreft het niveau van de eisen onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw (met daartussen nog een derde niveau 'verbouw'). De eisen aan nieuwbouw ligger echter hoger. Wanneer – door welke oorzaak dan ook – het veiligheidsniveau van een bestaand gebouw lager wordt dan het niveau dat het Bouwbesluit 2012 eist voor bestaande bouw, kan de gemeente aanpassingen eisen. In bepaalde gevallen kan de gemeente de eigenaar hiervoor aanschrijven en beschikt de gemeente ook over dwangmiddelen.
Bij een verbouwing kan de gemeente op basis van het Bouwbesluit 2012 uitsluitend (nieuwbouw)eisen stellen aan die bouwdelen die onderwerp zijn van de verbouwing wanneer die onderdelen vóór de verbouwing ook al voldeden aan de nieuwbouweis. In dat kader spreekt men van 'rechtens verkregen niveau', dat tussen nieuwbouw en bestaande bouw in ligt. Aan die bouwdelen die geen onderdeel van de verbouwing zijn (bijvoorbeeld de constructie), kan de gemeente uitsluitend een verbouwing (aanpassing) eisen óf de gebruiksmogelijkheden van het gebouw inperken indien niet aan de eisen voor bestaande bouw wordt voldaan. Een voorbeeld is de verbouwing van een kantoorgebouw met vier bouwlagen, waarbij de constructie geen onderwerp van de verbouwing is (staalskelet en vloeren blijven intact). Indien aan de brandveiligheidseis voor bestaande bouw wordt voldaan (30 minuten) mogen geen hogere eisen worden gesteld. Voldoet de constructie niet aan deze eis, dan moeten aanpassingen plaatsvinden om alsnog aan dit niveau (= rechtens verkregen niveau) (en dus niet aan het nieuwbouwniveau!) te voldoen.
Wanneer er bij bestaande bouw sprake is van een wijziging van de bestemming, dan zijn de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012 uitsluitend van toepassing als het bestaande gebouw met de fictie van de nieuwe bestemming al aan de nieuwbouweisen voldeed.
Bij bijvoorbeeld een wijziging van een vierlaags pakhuis waarvan de hoogste vloer op 12 m ligt (met 60 minuten brandwerende constructie) in appartementen (waarvoor de nieuwbouweis 90 minuten is) blijft de eis van 60 minuten van kracht. Die 60 minuten zal immers zeker gehaald worden bij de lagere vloerbelasting bij gebruik als appartement. Die 60 minuten is meer dan het afkeurniveau van 30 minuten, dus aanpassing naar een hoger niveau is niet aan de orde. Zou het pakhuis slechts aan de (afkeur)eis van 30 minuten voor bestaande bouw voldoen, dan blijft die eis van kracht voor de appartementen (omdat daarvoor bij bestaande bouw dezelfde eis als voor het pakhuis geldt wanneer de hoogste verblijfsvloer < 13 m ligt).
Voor wanden en vloeren als (sub)brandcompartimentsscheiding is de situatie iets anders bij een verbouwing. De wbdbo-eis (weerstand tegen branddoorslag- en brandoverslag) is bij nieuwbouw in het algemeen 60 minuten en de minimumeis voor bestaande bouw is 20 minuten. Wordt er verbouwd dan geldt de voor verbouw specifieke eis van 30 minuten. Dit geldt echter alleen als alle branduitbreidingstrajecten die 3D moeten worden beschouwd onderwerp zijn van de verbouwing. Als dat niet het geval is dan bepaalt het traject met de laagste wbdbo dat geen onderwerp van de verbouwing is wat de wbdbo moet zijn. Dat laagste niveau moet uiteraard hoger zijn dan het afkeurniveau (20 minuten). 


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 236 (december 2013).


Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey