Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Het dak van een bedrijfshal wordt overspannen met vakwerkliggers bestaande uit ronde buizen. Bij een berekening werd vroeger in NEN 6772 geëist dat bij de lasverbindingen tussen de stalen buizen de lasdikte minimaal gelijk moest zijn aan 1,0t bij staalsoort S235 en S275 en minimaal gelijk aan 1,1t bij S355. Bij een berekening volgens de Eurocode kunnen we deze eis niet meer terug vinden. Betekent dit dat de lasdikte minder mag zijn? 


Antwoord:

De minimale eis voor de lasdikte van buisverbindingen wordt niet expliciet in de Eurocode genoemd. Daarvoor in de plaats zijn functionele eisen gekomen volgens art. 7.3.1. van NEN-EN 1993-1-8. De eis van de minimale lasdikte wordt hierdoor wel impliciet gesteld in art. 7.3.1 (4). Hier wordt gesteld dat de weerstand van de las minimaal gelijk moet zijn aan de weerstand van de staafdoorsnede. De weerstand van de las is ongeveer gelijk aan die van de staafdoorsnede bij een lasdikte van 1,0t bij S235 en S275 en 1,1t bij S355 (dus zoals destijds geformuleerd volgens de TGB). In art. 7.3 (6) wordt hierop een uitzondering gemaakt: kleinere lassen mogen worden toegepast mits wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot de weerstand, vervormingscapaciteit en rotatiecapaciteit. Door de eis voor de vervormingscapaciteit betekent dit meestal dat er toch geen reductie van de lasdikte mogelijk is. In de praktijk is het lastig aan te tonen dat met kleinere lassen voldoende vervormingscapaciteit en rotatiecapaciteit aanwezig is. 


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 232 (april 2013).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey