Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Van een bestaand gebouw uit de jaren zestig van de vorige eeuw moet de restcapaciteit van de constructie worden bepaald in verband met een optopping. Uit de overgebleven constructietekeningen is niet op te maken welke staalsoort er destijds is toegepast. Is het toegestaan om voor de staalsoort uit te gaan van het tegenwoordig toegepaste S235? 


Antwoord:

Ja, het is geoorloofd uit te gaan van S235. In het artikel Slaan, trekken en vloeien uit Bouwen met Staal wordt ingegaan op de mechanische eigenschappen van staal in de periode 1840-1940. De voorschriften in die periode eisen dat de minimum breeksterkte voor vloeiijzer voor algemene doeleinden 36 kg/mm2 (= 360 N/mm2) moest bedragen. De destijds gebruikte staalsoorten zijn ten aanzien van de treksterkte dus vergelijkbaar met het huidige S235. Voor de vloeigrens of elasticiteitsgrens volgen hier waarden uit die liggen tussen de 200 en 240 N/mm2.
Om een voldoende veilige constructie te krijgen rekende men toentertijd met toelaatbare spanningen. Het boek Samenstelling en berekening van staalconstructies uit 1932 vermeldt in tabel 1 de toe te laten spanningen voor vloeistaal St.37 voor verschillende belastingssamenstellingen en nauwkeurigheden van berekening en uitvoering.
 


Deze vraag is eerder beantwoord door de Helpdesk van Bouwen met Staal (september 2009).


Artikelen vakblad Bouwen met Staal:
Literatuur:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey