Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

De windverbanden van een bedrijfshal worden uitgevoerd met strippen. Verloopt het toetsen van de strippen op trek volgens NEN-EN 1993-1-1 (Eurocode) identiek aan die in NEN 6770? 


Antwoord:

De toetsing volgens de Eurocode verloopt bijna hetzelfde als met de TGB 1990. De toets op vloeien van de brutodoorsnede A en op breuk van de nettodoorsnede Anet is geregeld in NEN-EN 1993-1-1, art. 6.2.3, waarbij de nettodoorsnede moet worden bepaald volgens NEN-EN 1993-1-1, art. 6.2.2.2. Afwijkend in de Eurocode is het toetsen van de vervormingscapaciteit van de strip. Wanneer hieraan eisen worden gesteld, moet de doorsnedeverhouding Anet/A zo worden gekozen dat vloeien in de brutodoorsnede eerder optreedt dan breuk in de nettodoorsnede. De rek bij de verbinding is namelijk te klein om een grote verlenging van de strip mogelijk te maken. Eisen aan de vervormingscapaciteit zijn bijvoorbeeld relevant bij een ontwerp voor een staalconstructie in een aardbevingsgevoelig gebied. Daarom stelt NEN-EN 1993-1-1, art. 6.2.3(3) dat in zo'n situatie de rekenwaarde van de vloeikracht Npl,Rd van de brutodoorsnede kleiner moet zijn dan de rekenwaarde van de breukweerstand van de nettodoorsnede Nu,Rd. Er is dan sprake van een capaciteitsontwerp. In de TGB 1990 is er voldoende vervormingscapaciteit wanneer de brutodoorsnede vloeit bij 90% of minder van de weerstand van de nettodoorsnede. In de Eurocode is dit percentage 72%: een strengere eis dus. In tegenstelling tot de TGB 1990 geeft NEN-EN 1993-1-8, art. 3.10.2 rekenregels voor de weerstand tegen uitscheuren van boutgroepen. 


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 226 (april 2012).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey