Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

De opdrachtgever van een kantoorgebouw wilde 'mooie, gladde leuningen' in roestvast staal. In het bestek werd uitsluitend de soort 316 voorgeschreven. Bij oplevering zagen de leuningen er onregelmatig van kleur en 'vlekkerig' uit. Heeft de aannemer hier ondeugdelijk werk geleverd?


Antwoord:

Nee; de besteksomschrijving 'roestvast staal 316' zegt uitsluitend iets over de materiaalsoort en niets over de afwerking ervan. De opdrachtgever had daarom de gewenste oppervlakte-afwerking in het bestek moeten vastleggen. Er bestaan voor roestvast staal verschillende soorten mechanische afwerking van het oppervlak. De belangrijkste zijn:

  • borstelen: dit leidt tot een ruw oppervlak;
  • slijpen met korrel 240, 320 of 400: korrel 320 is het meest gebruikelijk en levert een mat oppervlak;
  • polijsten: dit leidt tot een hoogglansoppervlak;
  • stralen of glasparelen: dit leidt tot een satijnglanzend oppervlak.

De gewenste afwerking van roestvast staal is een esthetische keuze en hiervoor bestaan geen normen. Meestal wordt gekozen tussen slijpen met korrel 320 (matte afwerking) of polijsten (hoogglans, waardoor regelmatig poetsen vereist is). Overigens moeten volgens NEN-EN 1090-2 de materialen worden voorgeschreven volgens de Europese productnormen; voor roestvast staal is dit NEN-EN 10088-1. De soortaanduiding 316 is gebaseerd op Amerikaanse AISI-normen en moet worden aangeduid met materiaalnummer 1.4401.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 214 (april 2010).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey