Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

NEN 6772, art. A.2.3.1.3 en A.3.4.4.6, geeft in feite aan dat de dikte van de lassen in een verbinding tussen kolom en ligger een minimale waarde moet bezitten. Als de lasdikte a ten minste 0,5 maal de dikte van de kolomflens dan wel het liggerlijf is, voldoet de las dan altijd aan het gestelde in beide artikelen? 


Antwoord:

De lassen tussen ligger en kolom, of die tussen ligger en kopplaat, moeten in staat zijn de krachten over te brengen die op de verbinding werken. Soms heeft een kolom/ligger verbinding een veel lagere momentcapaciteit dan de aangesloten ligger. De lassen hoeven dan niet zo sterk te zijn dat de liggerflens of het liggerlijf vloeit, voordat de las bezwijkt. Er moet echter rekening worden gehouden met een hogere sterkte van de verbinding dan de ontwerpsterkte (art. A.3.4.4.6). Hierdoor nemen de krachten toe die op de las van de flens werken. De vergrotingsfactor bedraagt km = 1,4 (geschoord raamwerk) of km = 1,7 (ongeschoord raamwerk). De las hoeft echter nooit sterker te zijn dan de aangesloten liggerflens of liggerlijf. Met een lasdikte a ≥ 0,5t (S235) of a ≥ 0,55t (S355) is dat altijd het geval. De las is dan sterker dan het aangesloten materiaal en hoeft dan niet te worden gecontroleerd.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 125 (augustus 1995).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey