Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Een kopplaatverbinding tussen een kolom en een ligger moet zowel een dwarskracht als een moment overbrengen. Hoe moet de dwarskracht over de bouten worden verdeeld?


Antwoord:

Het moment in de ligger zorgt er voor dat de boutrijen op trek worden belast. Hierdoor reduceert de capaciteit van de bouten op afschuiving. Deze reductie hangt af van enerzijds de krachten in de boutrijen en anderzijds van de wrikkrachten die ontstaan tussen kopplaat en kolomflens.
Om de interactie tussen dwarskracht en moment in de berekening te vermijden, mag volgens de plasticiteitstheorie worden aangenomen dat de boutrij(en) ter plaatse van het drukpunt uitsluitend dwarskracht en geen trek opnemen. Deze aanname stemt goed overeen met het werkelijke gedrag. Meestal kan de optredende dwarskracht op deze manier volledig worden overgebracht.
Als dat niet mogelijk is, mogen de overige (op trek belaste) boutrijen in de berekening worden betrokken. Er wordt dan aangenomen dat deze boutrijen worden belast tot Ft;u;d. Volgens NEN 6770, formule (13.3-4), kan dan nog steeds 28% van de afschuifcapaciteit Fv;u;d door deze boutrijen worden overgebracht.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 123 (april 1995).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey