Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Gegeven een spant met stalen dakgordingen die over de spanten doorlopen. Moeten de gordingen in dat geval worden berekend als 'hoofddraagconstructie' of als 'constructie-onderdeel', dus met locale windvormfactoren en
Cdim = 1 (NEN 6702, art. 8.6.3)?


Antwoord:

Een constructie-onderdeel moet als een deel van de hoofddraagconstructie worden beschouwd, indien bezwijken van dit deel leidt tot het bezwijken van constructie-onderdelen die niet in de directe nabijheid van het bezweken onderdeel liggen.
Indien de bewuste dakgordingen constructief van essentieel belang zijn, bijvoorbeeld als kipsteunen voor het onderliggende spant, vormen de gordingen een onderdeel van de hoofddraagconstructie.
Ondanks het feit dat niet elk constructie-onderdeel direct binnen de definitie van hoofddraagconstructie past, betekent dit niet dat voor dergelijke onderdelen met de locale windvormfactoren dient te worden gerekend. Deze factoren zijn namelijk bedoeld voor onderdelen en hun bevestigingen (daken geveIbeplating) en dan met name voor de rand- en hoekgebieden.
Het bijgevoegde schema geeft aan wanneer er met locale windvormfactoren moet worden gerekend (zie ook NEN 6702, Figuur 28 en 29).


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 118 (juni 1994).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey