Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Bij toepassing van niet-volledig sterke kolomliggerverbindingen met dikke kopplaten wordt niet voldaan aan NEN 6772, art. A.3.2.2.4. Dit artikel zegt dat de kracht in een boutrij niet meer mag bedragen dan 1,8Ft;u;d. Wanneer de kracht groter is, wordt voorgesteld de verbinding aan te passen. Met dunnere kopplaten wordt wel aan art. A.3.2.2.4 voldaan, maar dit heeft een ongunstig effect op de stijfheid van de verbinding. Waarom wordt deze grens gesteld aan de kracht in een boutrij?


Antwoord:

NEN 6772 bevat twee methoden om de krachtsverdeling in een momentverbinding te bepalen: plastisch (art. A.3.2.2) of elastisch (art. A.3.2.3). De plastische krachtsverdeling geeft een rekenkundig hoger grensmoment dan de elastische, maar veronderstelt dat de kopplaat of kolomflens vloeit. Dit wordt getoetst met 1,8Ft;u;d.
Een elastische krachtsverdeling gaat niet uit van vloeien en kent dus geen eis als in art. A.3.2.2.4 gesteld. De elastische berekeningswijze kan men toepassen bij dikke kopplaten. Overigens verdient de plastische procedure de voorkeur. Als de plaat namelijk vloeit, zullen bij het grensmoment van de verbinding vervormingen ontstaan. De constructie 'waarschuwt' zo voor een naderende calamiteit. Bij bezwijken van de bouten is dat niet het geval.
Wanneer een verbinding niet voldoet aan art. A.3.2.2.4 is het daarom beter sterkere bouten te nemen.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 119 (augustus 1994).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey