Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

De windbelasting op luifels en overkappingen moet worden bepaald volgens NEN 6702. In sommige gevallen blijkt dat de windbelasting wel erg hoog kan oplopen. Is NEN 6702 wel in alle gevallen correct?


Antwoord:

Voor luifels en overkappingen geldt dat de totale windbelasting wordt bepaald door het gecombineerde effect van druk en zuiging. Voor luifels aan (hoge) gebouwen moet worden bedacht dat de wind die het gebouw treft omlaag wordt gedrukt. Hierdoor moet voor de bovenzijde van de luifel worden gerekend met de stuwdruk die hoort bij de hoogte van het gebouw en niet met de stuwdruk die hoort bij de hoogte van de luifel. Het waait immers beneden net zo hard als boven! Aan de onderzijde van de luifel moet rekening worden gehouden met een drukopbouw, waardoor een opwaarts gerichte belasting kan ontstaan. Voor vrijstaande overkappingen geldt dat deze altijd kunnen worden geblokkeerd, bijvoorbeeld door treinen bij een stationsoverkapping en door vrachtwagens bij een tankstation. Er treedt dan een drukopbouw op onder de overkapping, terwijl tegelijk op het dak zuiging optreedt. Deze zuiging is het sterkst bij de stroomopwaarts gelegen rand, waarbij de netto belasting niet in het midden, maar dichter stroomopwaarts zal aangrijpen.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 150 (oktober 1999).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey