Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Een bloembollenkwekerij (industrieel gebouw, bezettingsgraadklasse B5) is opgedeeld in brandcompartimenten met elk een gescheiden staalconstructie (smelt-ankers aan weerszijden van de brandwanden). Bij het instorten van één brandcompartiment blijven daardoor de andere brandcompartimenten met hun brandwanden intact. Ook is door de indeling in brandcompartimenten er voor gezorgd dat vanaf elk punt binnen 40 m een buitendeur of een brandwerende deur naar een ander brandcompartiment wordt bereikt. De brandcompartimenten hoeven daardoor niet verder te worden opgedeeld in rookcompartimenten. Aan de staalconstructies worden dan ook geen constructieve brandveiligheidseisen gesteld. De brandweer eist echter op basis van Bouwbesluit 2003, art. 2.9 lid 1 toch een brandwerendheid van 30 minuten, omdat de rookvrije vluchtroute bruikbaar moet blijven. Is dat terecht?


Antwoord:

Nee: dit is een verkeerde interpretatie van het voorschrift. Bouwbesluit 2003, art. 2.9 lid 1 ziet er op toe dat een vloer, trap of hellingbaan waarover een rookvrije vluchtroute voert – en de bouwconstructies die deze vloer, trap of hellingbaan mede dragen – gedurende tenminste 30 minuten blijven functioneren. Het instorten van de constructie in een brandcompartiment mag (binnen 30 minuten) niet leiden tot het instorten van de rookvrije vluchtroutes in andere rookcompartimenten (dus achter de rookscheiding). Het voorschrift moet dus zo worden gelezen dat die vloer, trap of hellingbaan nog kan worden belopen (bij brand in een ander rookcompartiment). In dit geval is de opdeling in rookcompartimenten gelijk aan die in brandcompartimenten en is de instorting van naastgelegen brandcompartimenten voorkomen met de dubbele staalconstructie en smeltankers. De wetgever is zich er daarbij van bewust dat een binnenwand of een erboven gelegen vloer of dak het gebruik van de rookvrije vluchtroute onbruikbaar maakt. Dat is ook logisch want een brand met hoge temperaturen in de betreffende ruimte betekent namelijk dat die rookvrije vluchtroute toch al niet bruikbaar was. De brand woedt dan immers in het brandcompartiment waardoor de beschouwde rookvrije vluchtroute voert. Omdat er in beginsel twee rookvrije vluchtroutes beschikbaar zijn, is de regelgeving voorbijgegaan aan het moeten beschouwen van andersoortige blokkades van rookvrije vluchtroutes anders dan door instorting van bouwconstructies die vloeren, trappen of een hellingbaan dragen. Er moet dus worden geredeneerd vanuit een brandruimte en de bij die brandruimte behorende rookvrije vluchtroutes. Brand in een rookcompartiment maakt de vluchtroutes in dat rookcompartiment immers per definitie al onbruikbaar.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 194 (februari 2007).


Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey