Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

In een bestaand woongebouw van zes bouwlagen moet aan de linkerkant een gecombineerde nieuwe entree en hoofdtrappenhuis worden geplaatst en aan de rechterkant een noodtrappenhuis. Welke brandwerendheidseisen gelden er voor de beide trappenhuizen?


Antwoord:

Voor nieuw te bouwen hoofddraagconstructies geldt een brandwerendheidseis van 120 minuten, omdat de bovenste vloer hoger ligt dan 13 m boven het maaiveld. Een constructie is een hoofddraagconstructie wanneer bij bezwijken van die constructie er sprake is van voortschrijdend bezwijken. Omdat de beide trappenhuizen naderhand worden toegevoegd, kan worden aangenomen dat het bezwijken van het hoofdtrappenhuis en van het noodtrappenhuis niet leidt tot het bezwijken van het woongebouw. De brandwerendheidseis voor hoofddraagconstructies is hier dus niet van toepassing. Daarnaast gelden er eisen die te maken hebben met het veilig kunnen ontvluchten. De beide trappenhuizen gelden als brand- en rookvrije vluchtroutes volgens de eisen van het Bouwbesluit. Dat betekent dat deze vluchtroutes bij brand altijd 30 minuten in stand moeten blijven. Daarbij wordt aangenomen dat er in brand- en rookvrije vluchtroutes geen brand kan ontstaan. Daarom worden er eisen gesteld aan het materiaalgebruik in trappenhuizen (vrijwel geen brandbare materialen) Ún aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (van de omhulling van de trappenhuizen) vanuit het woongebouw naar de trappenhuizen. Ook mag het bezwijken van trappenhuizen niet leiden tot het onbruikbaar worden van bijvoorbeeld vloeren of trappen in brand- of rookcompartimenten in het woongebouw waarover wordt gevlucht; denk bijvoorbeeld aan een galerij. In dit geval is het bezwijken van de trappenhuizen niet aan de orde. Ze maken immers deel uit van de vluchtroute en mogen daarom niet voortijdig bezwijken. (Trappenhuizen die geen deel uitmaken van een brand- en rookvrije vluchtroute kunnen wel voortijdig bezwijken. In dat geval is het van belang of ze een (andere) vluchtroute wel of niet onbruikbaar maken.) In dit voorbeeld moet de omhulling van beide trappenhuizen dus een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag hebben van minimaal 30 minuten. Wanneer de staalconstructie van die trappenhuizen binnen de omhulling ligt (koude zijde) dan geldt er geen brandwerendheidseis. Wanneer de staalconstructie zich aan de buitenkant bevindt (warme zijde) dan geldt een eis van 30 minuten om te garanderen dat de omhulling 30 minuten lang de vluchtroute beschermt.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 179 (augustus 2004).


Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey