Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

Op een nieuw ontwikkeld bedrijfsterrein is één van de eerste panden op het midden van het terrein een stalen hal. De constructeur beschouwt uitsluitend de eindsituatie van het bedrijfsterrein na enkele jaren en gaat voor het bepalen van de windbelasting uit van de situatie ‘bebouwd’. Bouw- en Woningtoezicht gaat hiermee niet akkoord, omdat zij de situatie tijdens en kort na de bouw als ‘onbebouwd’ ziet. Wie heeft er gelijk?


Antwoord:

Formeel geldt de situatie bij de bouwaanvraag en heeft de gemeente dus gelijk, omdat de situatie op dat moment onbebouwd is. Naar redelijkheid en billijkheid zou de gemeente echter de situatie over de gehele gebruiksperiode moeten beschouwen. NEN 6702 gaat uit van een referentieperiode van vijftig jaar (of in sommige gevallen van vijftien jaar). Deze referentieperiode is maatgevend voor het bepalen of iets bebouwd of onbebouwd moet worden gerekend. Formeel zou de constructeur voor de te verwachten ‘onbebouwde’ periode van bijvoorbeeld drie jaar met ‘onbebouwd’ moeten rekenen. Daarbij moet hij de reductiefactoren voor de kortere periode van drie jaar in rekening brengen en voor de rest van de periode de factoren voor ‘bebouwd’. Op de aanvrager rust wel de plicht aan te tonen dat de onbebouwde periode echt niet langer duurt dan die drie jaar. Daarvoor zullen harde bewijzen moeten worden overlegd, zodat de gemeente in een eventuele bezwaarprocedure door derden de verleende bouwvergunning ook staande kan houden.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 190 (juni 2006).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey