Sfeerbeeld
zoek op trefwoord
zoek op categorie
stel een vraag

Vraag en antwoord

 


Vraag:

NEN 6770 en NEN-EN 10025 geven beide waarden voor de treksterkte en voor de vloeispanning van constructiestaal. Voor S235 bijvoorbeeld geeft NEN 6770, art. 9.1.2.1.1, tabel 2 voor een plaatdikte van 10 mm een treksterkte van 360 N/mm2. Echter NEN-EN 10025-2, tabel 7 geeft bij dezelfde dikte een treksterkte tussen 360 en 510 N/mm2. Welke waarde(n) moet ik nu aanhouden voor de treksterkte en de vloeispanning in berekeningen?


Antwoord:

Voor de treksterkte in een berekening moet altijd de waarde volgens NEN 6770, tabel 2 worden aangehouden. Voor de vloeispanning mag onder voorwaarden ook de waarde uit NEN-EN 10025, tabel 7 worden toegepast. Voor de treksterkte is geen hogere waarde dan de waarde uit NEN 6770, tabel 2 toegestaan. Voor de vloeispanning is wel een eventuele hogere waarde toegestaan volgens NEN-EN 10025, tabel 7. Deze hogere waarde is echter uitsluitend toegestaan wanneer bij een partij staal een certificaat wordt meegeleverd waarop de toegepaste vloeispanning wordt gegarandeerd. In de praktijk is dit niet erg handig, omdat de constructeur in het ontwerpproces doorgaans (nog) niet weet wie het staal levert en wat de gegarandeerde vloeispanning is.


Deze vraag is eerder verschenen in de rubriek Vraag & Antwoord in Bouwen met Staal 197 (augustus 2007).


Relevante normen:
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey